Graspopzondag: Helse muziek én temperaturen

fb-graspopMooie liedjes duren niet lang, behalve Opeths Deliverance dan. Het was in elk geval alweer zondag alvorens we er besef van hadden. Een zondag die zich liet aankondigen als extreem warm. Gelukkig konden we in de beschutting van de marquee en de metal dome weer veel goeie muziek gaan checken.

De eerste afspraak van de dag was dan weer rond de klok van twee aan de zonovergoten main 2. Het opvalled talrijk opgekomen publiek kreunde al onder de loden hitte, maar alle zorgen waren vergeten eens Alestorm Keelhauled inzette. Het publiek waande zich even in de Caraïben en zette zich op slag een potje te roeien. Voor het nieuwe Fucked with an Anchor, nu al door iedereen meegekeeld, kregen we een snelcursus vloeken en ook hun versie van Taio Cruz’ Hangover – met medewerking van een crewlid op akoestische gitaar én een wel heel fout uitziende rapper – kon op veel enthousiasme vanuit het publiek rekenen. Afsluiter Captain Morgan’s Revenge gaf dan weer aanleiding tot een reusachtige wall of death. Same old same old zou je kunnen stellen, maar het moet gezegd dat frontman Christopher Bowes en zijn bende gekke piraten nog nooit zo goed hebben geklonken. Pret heeft altijd voorop gestaan, maar waar vroeger al eens een valse noot of gemiste toonladder weerklonk, was ditmaal amper iets aan te merken op de performance.

Na al die zweterige toestanden in de zon, was het tijd om de marquee op te zoeken. De Noren van Kvelertak zijn in volle opmars en hebben het intussen al tot opening act van Metallica geschopt. Op Graspop doken ze nog maar voor het eerst sinds 2011 op. Met Dendrofil for Yggdrasil en 1985 lieten ze direct een portie Nattesferd, hun laatste album, op de meute los. Hoewel de marquee direct dolenthousiast reageerde, kookte het potje pas helemaal over bij het volgende Mjød. Gitarist Bjarte Lund Rolland trok intussen meermaals richting technieker omwille van één of ander soundprobleem. Stilstaan was met die bende razende Noren voor ons opnieuw geen optie en er werd dan ook opnieuw een vijftigtal minuten lang enthousiast gemosht. Met afsluiter Kvelertak wisten ze de laatste twijfelaars te overtuigen om in november zeker op tijd af te komen naar het Metallicaconcert in het Sportpaleis.

Intussen waren de oversekste glamrockers van Steel Panther al tetjes beginnen spotten op main 1. Zanger Michael Starr had blijkbaar in de backstage zitten chillen met Steven Tyler, hoewel die zich op dat moment ergens in een snikhete tourbus tussen Clisson en Keulen begaf. Veel aanwezige vrouwen lieten het evenwel niet aan hun hart komen en trokken prompt hun bovenkledij uit voor de doctor in de Engelse literatuur. Die bedankte door Community Property aan te vangen.

Het Zweedse Graveyard lokte ons echter spoedig terug weg van de snikhete taferelen, de hopelijk iets koelere marquee in. We mogen uiteraard al van geluk spreken dat het viertal rond zanger/gitarist Joakim Nilsson nog eens in Dessel is geraakt. Vorig jaar was er immers plots die breakup, gevolgd door het nieuws dat ze toch terug zouden gaan optreden. Bijna hadden we Nilssons bezwerende stemgeluid dus nooit meer live aanhoord en dat ware heel jammer geweest. Instrumentaal brengen de retrobluesrockers immers weinig nieuws onder de zon, maar wat een strotklep heeft die man. De keuze tussen Graveyard en Mastodon was een weinig evidente, maar eens je naar afsluiter Uncomfortably Numb stond te luisteren, had je wel vrede met je keuze.

In de metal dome is niet alleen plaats voor onbekend en onbemind talent. Het grote schoolvoorbeeld daarvan waren de metalveteranen van Queensrÿche. Met zo’n naam was het uiteraard al snel koppen lopen in het kleine tentje. Hoewel de voormalige band van zanger Geoff Tate al meedraait van 1981 en met ‘Operation: Mindcrime’ een van de beste conceptplaten in de muziekgeschiedenis op haar naam staan heeft, kwam Scott Rockenfield nog steeds zelf zijn drumstel soundchecken. Ook vreemd voor een band met zo’n verleden was het feit dat we tijdens opener Guardian weinig meer uit de mix konden ontwaren dan de bas van Eddie jackson. Die leek dat mankement te willen goedmaken door constant flesjes water het publiek in te keilen. Gelukkig was dat snel verholpen, want zanger Todd La Torre bleek werkelijk in topvorm te zitten, veel meer in elk geval dan twee jaar geleden op Alcatraz. In sneltempo (vijftig minuten is echt te weinig voor een band met een dergelijke discografie) gingen ze hun platen af, maar met kleppers als Operation: Mindcrime, The Mission, I Don’t Believe in Love en de magistrale afsluiter Eyes of a Stranger lag de focus uiteraard op hun in 1988 verschenen magnum opus ‘Operation: Mindcrime’.

Ook Opeth kan gemakkelijk een langere set vullen dan die ze kregen, met een hele hoop nummers die ruimschoots de tien minuten overstijgen. Nieuwe nummers als Sorceress en Era nemen gelukkig net iets minder tijd in beslag, zodat mastermind Mikael Akerfeldt en zijn Zweedse progdeathmetallers toch nog genoeg tijd over hadden om traditiegetrouw af te sluiten met het naar eigen zeggen ellenlange Deliverance. Tussendoor verklaarde de droge komiek al het gedreun van Rob Zombie er graag bij te nemen: “moesten ze mij samen met Scorpions zetten, dan stond mijn tent wellicht toch helemaal leeg.” Dat had ons, gezien de opkomst voor de Duitse oerhardrockers, wel verbaasd.

Erg veel volk bleek de zogenaamde headliner immers niet te hebben gemobiliseerd. Tot ver op de plastic matten waren lege plekken te vinden. De meesters van de power ballad lieten het echter niet aan hun hart komen en werkten hun set enthousiast af. Zelfs het afgeleefde, intussen flinterdunne stemgeluid van zanger Klaus meine leek de muzikanten amper te deren. Van geen wonder dat het instrumentale Coast to Coast opnieuw een vroeg hoogtepunt bleek te zijn. We zullen het dan maar zelf doen, dacht het publiek wellicht toen Meine deed alsof niet een sample maar wel degelijk hijzelf fluitend Wind of Change in gang trok. Gelukkig beschikken de Duitsers naast topmuzikanten zoals gitarist Matthias Jabs en nu ook drummer Mikkey Dee over een enorm indrukwekkende back catalog om het grote publiek keer op keer mee te krijgen. Qua verrassing kon hun versie van Motörheads Overkill ook wel tellen. Hoeveel er op voorhand ook te doen was rond de komst van Scorpions als headliner, tegen encores Still Loving You en Rock You Like a Hurricane had het Graspoppubliek duidelijk vrede met de keuze.

Scorpions prediken de vrede, het contrast kon dan ook niet groter zijn met de band die nadien op main 2 het festival mocht afsluiten. Ook voor Sabaton is Graspop speciaal. Zoals zanger Joakim Brodén zelf meermaals opmerkte, is zijn band door de jaren meegegroeid met het festival. De eerste keer stonden ze in de marquee en dankten ze de hemel voor een plensbui die ervoor zorgde dat die tent toen goed volliep. Nu tien jaar later weerklonken de woorden “We are Sabaton, we play heavy metal and this is Ghost Division!” over de hele weide.

Kleppers als The Art of War en Attero Dominatus zaten vroeg in de set, want de band had halverwege wat plaats voorzien voor – zoals Brodén het zelf uitdrukte – some unexpected shit, zoals Panzerkampf en Screaming Eagles. Minder verrassend waren dan weer Swedish Pagans – opnieuw aangemoedigd door het publiek en zogezegd tegen de zin van Brodén zelf – en Carolus Rex, met synchroon gitaargezwaai. Als encore brachten ze nog Primo Victoria, Shiroyama en dan toch nog het sterke To Hell and Back. De deemoedige tonen van Dead Soldier’s Waltz kondigden vervolgens het einde aan van Graspop editie 2017. Eentje met opnieuw veel goeie muziek en prachtig weer.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s